Enkele jaren geleden heeft Omroep-Landgraaf een documentatie uitgezonden m.b.t. Landgraaf en de Bokkenrijders in de 18e eeuw. Volledige speelduur: 29 minuten.
* De uitleg binnen de video´s, m.b.t. de historische feiten, zijn veelal eigen interpretaties.
Feit is: de Bokkenrijders zijn een Legende doorspekt met Mythes en zijn steeds terugkerende stof voor interessante gesprekken.
Deel: 01. De Bokkenrijders, Schrijver Pastoor J A Daniels.
Bokkenrijders in Landgraaf Deel 1.
Pastoor Daniels alias Sleinada Landgraaf in de 18 e eeuw. De regio Zuid-Limburg en delen van Duitsland en België worden geteisterd door inbraken in kerken en grote boerenhoeves.
Er ontstaat het idee van grote bendes die geld, goederen, kleding en levensmiddelen buitmaken. Men noemt ze Bokkenrijders. Beste Jo. We staan hier in de kerk van Schaesberg, de Petrus en Pauluskerk. Hier hebben ooit, ooit bokkenrijders overvallen plaatsgevonden.
Ja Jack. Op 10 april 1736 is hier een overval geweest. Toen hebben ze het tabernakel geforceerd, alle hosties over het altaar uitgestrooid en alle zilveren en gouden voorwerpen meegenomen. Er is ook nog een tweede overval geweest? Klopt dat Jo? Dat klopt Jack.
Ja dat was in 1742 op de avond voor Allerheiligen op de toenmalige pastorie. Andries Consten uit Chévremont klopte aan bij de pastorie maar de dienstmaagd deed niet open. Bij het huis tegenover haalde hij een ladder om via het zolderraam bij de pastorie naar binnen te kunnen komen.
De dienstmaagd begon daarop zo luid te schreeuwen en om hulp te roepen dat de hele buurt gealarmeerd werd en toen sloegen de dieven op de vlucht. Jo, je noemt Andries Consten uit Chévremont die hier de overval gepleegd had.
Maar ik weet uit verhalen dat men gezegd heeft dat de bokkenrijders uit tig tallen personen bestonden die een overval gingen doen. Klopt dat? Klopt. Daar heb je het dus weer. Bij deze verhalen ging het niet om grote bendes maar kleine overvallen en het is ook nog maar de vraag of alle overvallen die aan bokkenrijders werden toegeschreven ook door bokkenrijders gepleegd zijn.
We weten dat er toen ook velen onschuldig zijn gestraft. En zoals in dit geval er zijn heus wel mensen geweest die een overval hebben gepleegd maar of dat door bokkenrijdersbendes is gedaan, dat is een ander verhaal? Jo, vanwege die twee overvallen zijn we natuurlijk niet perse naar deze kerk gekomen? Er is toch ook wat anders wat hier gespeeld heeft? Iets belangrijkers.
Dat willen we de mensen ook laten zien. Kom maar mee met de camera, dan laten wij u dat zien. Jo, over de persoon Daniëls zal gegarandeerd meer te vertellen zijn. Zo is het maar net Jack. Pastoor Daniels werd op 2 september 1738 geboren en gedoopt in Hoensbroek. Studeerde Godgeleerdheid aan het seminarie in Roermond en wordt daar in 1763 tot priester gewijd.
Daarna is hij kapelaan in Hoensbroek en vanaf 1772 pastoor in de parochie van deze kerk. Pastoor Johan Arnold Daniëls is vooral bekend onder zijn pseudoniem S.J.P. Sleinada. Als je de naam A. Daniëls achterstevoren leest kom je uit op Sleinada. De letters S.J.P. staan voor ‘pastoor in Scheydt’.
In die tijd was er nog geen gemeente Schaesberg maar een dorpje Scheydt dat lag in de Heerlijkheid Schaesberg. Pas in het midden van de 19e eeuw ontdekte men wie zich achter dit pseudoniem zolang had weten te verschuilen.
In 1779 verscheen in Maastricht een boek met de lange titel: OORSPRONG, OORZAEKE; BEWYS, en ONDEKKINGE VAN EEN GODLOZE BEZWOORNE BENDE, NAGTDIEVEN EN KNEVELAERS. De schrijver zegt afkomstig te zijn uit Meyland maar toch verbonden te zijn met de streek en geen ‘kladderadatsch’ te schrijven.
Hij schreef als eerste een boekje over de bokkenrijders en dat boekje kwam uit, vlak nadat er een einde was gekomen aan de tweede bokkenrijdersperiode. Toen leefden er dus nog heel veel familieleden van bokkenrijders.
In zijn boekje noemt hij de bokkenrijders niet bij de familienaam maar de voornaam plus de eerste letter van de familienaam of via hun bijnaam. Sleinada wilde de families de schande besparen. Tot ver in de twintigste eeuw wordt dat ook door andere schrijvers zo gedaan.
Dat boekje heeft een grote rol gespeeld ondanks dat het nauwelijks verkrijgbaar is. Het is zeer lang door schrijvers gebruikt als leidraad voor historische werken over bokkenrijders. Het boekje geeft een kijk in de gedachten wereld van de bovenlaag van de toenmalige samenleving over de bokkenrijders. Men was er stellig van overtuigd dat ze schuldig waren.
De auteur stelt: als er van de 30 veroordeelden misschien 20 nodig zijn geweest om de inbraken te plegen en 10 zeggen onschuldig te zijn, dan moeten we niet de schurken geloven maar de rechters. We moeten bedenken dat het een andere tijd is met een andere vorm van rechtspraak. Afschrikking was heel belangrijk.
Overigens schrijft Daniëls aan het eind van zijn boekje; dat voor meelopers; heropvoeden en hard laten werken ook een optie is. En anders als soldaat of de gevangenis in. Maar de echte misdadigers, die moeten aan de galg.
Daniëls schreef het boekje uit boosheid over de teloorgang en de verloedering van de landen van Overmaas. Daartoe behoorde in die tijd ook de Heerlijkheid Schaesberg. Het boekje is opgedragen aan de drossaarden en schouten maar geeft de clerus en de moderne filosofen zoals Voltaire er flink van langs.
Deel: 02. De Bokkenrijders en de Leenderkapel.
Bokkenrijders in Landgraaf Deel 2.
De Mariakapel in Leenhof, Landgraaf in de 18e eeuw. De regio Zuid-Limburg en delen van Duitsland en België worden geteisterd door inbraken in kerken en grote boerenhoeves. Er ontstaat het idee van grote bendes die geld, goederen, kleding en levensmiddelen buitmaken. Men noemt ze Bokkenrijders. In Landgraaf ligt de kapel ‘Onze Lieve Vrouw van de Berg Carmel’.
Al vanaf het begin van de 17e eeuw wordt deze aan Maria toegewijde kapel door pelgrims bezocht. Rond dit gebouw zijn meerdere legenden en volksverhalen ontstaan. In sommige van die verhalen spelen ook de bokkenrijders een rol. Jo, we staan bij de kapel van Leenhof. Is exact bekend wanneer deze kapel gebouwd is? Niet exact Jack. We hebben wel een akte van de karmelieten uit 1685 en daar staat in dat de kapel op dat moment 60 jaar oud is. Dus dat brengt het stichtingsjaar op ongeveer 1625. Is uit een akte of gevelsteen wel te achterhalen wie de kapel gebouwd heeft?
Op basis daarvan denken we dat Graaf Johan Frederik de kapel heeft gebouwd en dat de karmelieten de eersten waren die hier de diensten hebben opgedragen. Is wel de reden bekend waarom men de kapel gebouwd heeft? Ook dat is niet honderd procent zeker. Er zijn mensen die zeggen dat de kapel gebouwd is ter nagedachtenis aan het overlijden van Ferdinanda, de vrouw van Johan Frederik, er zijn ook mensen die zeggen dat de kapel gebouwd is naar aanleiding van hun huwelijk.
Dat kan. Laten we het er maar op houden dat de kapel ongeveer rond 1625 gebouwd is. Wat we zeker weten is dat de karmelieten een rol hebben gespeeld, maar welke rol precies weten we ook niet. Er is nog veel onbekend rond deze kapel. Er is dus nog veel uit te zoeken. Heel veel. Weet jij waarom precies op deze plek de kapel is gebouwd? Jack, ook dat is een vermoeden. We staan hier ongeveer 30 meter boven de omgeving.
Je moet bedenken dat de begroeiing die we hier zien lange tijd niet bestond. Je had dus een prachtig uitzicht over de omgeving en vanuit die omgeving kon je dus ook de kapel zien. De kapel is gebouwd in de tijd van de Contrareformatie, en de kapel keek uit op het Staatse Heerlen waar de protestanten zaten. Waar zou je dus een betere plaats kunnen vinden voor een kapel? Ook in die tijd was dat dus al. Ook in die tijd was dat zo. Het is toch een bijzonder en stil plekje hier bij de kapel van Leenhof. Het is toch moeilijk voor te stellen dat in de tijd van de bokkenrijders, de bokkenrijders deze kapel, zal ik maar zeggen, onteerd hebben. Eedaflegging.
Althans dat wordt dan verteld. Dat klopt Jack. Ik geloof daar ook niet in. Ik denk dat het mythen en verhalen waren van elders. Als je nagaat dat die begroeiing er niet was. Alles wat hier gebeurde konden de mensen van veraf zien. Dan ga je hier toch geen geheime bijeenkomst houden van bokkenrijders? Jij gelooft dat niet, jij neemt niet aan dat dit gebeurd is bij de kapel, maar stel je voor het was wel gebeurd, wat zou men dan met de kapel gedaan hebben? Ik denk dat men dan de kapel had afgebroken. Dat is ook gebeurd met de Leonards kapel in Herzogenrath. In 1773, uit stukken van 1773 weten we dat de kapel is afgebroken.
Er zou een eedaflegging van de bokkenrijders hebben plaatsgevonden. Dat is uitgesproken bij de rechtbank waarna men heeft besloten de kapel af te breken. Dat zou ook met deze kapel zijn gebeurd. Het was een tussenstadium. De kapel in Sittard, de Sint-Rosakapel is ook wel genoemd en deze kapel als de ‘kapel achter Schaesberg’ en uiteraard de Leonardskapel.
Het zijn allemaal verhalen, waarschijnlijk het verhaal van Herzogenrath en degene die het voor deze kapel heeft opgetekend wilde het interessant maken voor de mensen, het publiek van hier, en heeft deze kapel genoemd. De kapel van Herzogenrath was uiteraard niet interessant voor het publiek van Schaesberg. En zo krijg je mythevorming en wordt het allemaal leuk en aardig gehouden.
Dat is als er jaren overeen gaan en dan wordt het allemaal wat aangedikt en noem maar op. Juist, ja. Ook wij hadden hier in Schaesberg goede verhalen vertellers. Vind je die fascinatie voor de bokkenrijders legenden niet vreemd? Dat ze het zelfs aan zo’n plekje als hier willen koppelen? Nou Jo, laten we het zo zeggen. Deze kapel is heel bijzonder en daar komen we gegarandeerd nog op terug. Zo is het.
Deel: 03. Bokkenrijders Slot Schaesberg Landgraaf.
Deel 3: Slot Schaesberg Landgraaf in de 18e eeuw.
Tegenwoordig resten van het kasteel van de heren van Schaesberg nog slechts de ruines van het hoofdgebouw. De waterburcht ontstond in zijn laatst vorm in de 16e en 17 e eeuw in de stijl van de zogenaamde Maaslandse Renaissance. De heren en later rijksgraven van Schaesberg bewoonden het kasteel tot in de 18e eeuw. De Van Schaesbergs uit Krickenbeck hadden in het Gulikse het zwaartepunt van hun bezittingenen hun ambten aan het hof van de keurvorst van de Palts.
Na de Fransetijd raakte het kasteel geleidelijk in verval. In 1965 brandde de voorburcht met zijn hoektorens en poortgebouw volledig af. In de 18e eeuw werd het kasteel gebruikt als gevangenis, met name voor bokkenrijders. Ook de verhoren vonden hier plaats. In die tijd behoorde Schaesberg tot het Oostenrijkse land van Valkenburg. In Schaesberg voerde de lokale schout de vervolgingen. De schout was Theodoor Frederik Dortants en de griffier of secretaris was Petrus Dautzenberg. De schepenen waren Peter Cremers, H. Dautzenberg en H. De Macher. Die velden vonnis na advies te hebben ingewonnen van de twee schepenen van het hoofdgerecht van Limburg P.A. Pelsser en F. Smets. Zo Jo, we staan in de bokkenrijderskelder van Slot Schaesberg.
Ze denken dat in deze ruimte de bokkenrijders uit Schaesberg hebben vastgezeten in 1743, heel lang geleden. Nu is mijn vraag: wie was de bekendste bokkenrijder van Schaesberg, die hier heeft vastgezeten? De 27-jarige schoenmaker Peter Caspar ter Konig ging in 1735 in militaire dienst en diende 5 jaar in Düsseldorf en Gulik. In 1740 deserteerde hij en keerde terug naar zijn geboortedorp. In 1741 trouwde hij met Marie Muris uit Scherpenseel. Hij werd als eerste in Schaesberg gearresteerd op 15 juni 1743. Abusievelijk wordt hem het eerste zogenaamde bokkenrijderslied toegeschreven. Zo Jo, de bokkenrijderskelder. In Schaesberg speelde ook het zeer trieste verhaal van de familie Arets.Michiel Arets was een 55-jarige kolenvoerman uit Palemig. Hij was in 1710 in Schaesberg getrouwd met Maria of Mergen Arets en had twee dochters en een zoon, naast reeds overleden kinderen.
Hun dochter Christine was gestorven. Zoon Servaas Arets werd op dezelfde dag gearresteerd als zijn vader. De schepenen op het kasteel Schaesberg stelden dat Mergen Arets wist van de diefstallen van haar man en medeplichtig zou zijn aan de wurging van haar dochter Christine door haar schoonzoon Joannes Dircks. In haar vrijwillige verklaring ontkende Mergen alles. Omdat ze op tortuur de beschuldigingen wel bevestigde zou zij daarvoor een gruwelijke doodstraf krijgen. Johannes Dircks werd vier dagen lang gefolterd, Peter Casper Muyters,amper 17 jaar liet zich niet folteren en zei wat zijn ondervragers wilden horen. Michiel Arets en zijn zoon werden half gewurgd en gebrand, onthoofd en de lichaamsdelen op een rad tentoongesteld.
Van Mergen, 60 jaar oud, werd eerst de hand afgehakt, daarna werd ze gewurgd aan een paal, onthoofd en nadien werd haar lichaam op een rad geplaatst. Van schoonzoon Dirckx werd met een gloeiende tang een tepel afgeknepen, de rechterhand verbrand en afgehakt. Hierna werd hij onthoofd, geradbraakt en de vier lichaamsdelen aan het rad gehangen. Door pastoor Thimister uit Afden is een verslag geschreven over deze gruwelijke gebeurtenis die de hele streek in rep en roer zette. Wat pastoor Thimister niet schreef, was dat ze hun verklaringen publiekelijk herriepen.
De ontkenningen werden echter niet serieus genomen. Jo, dat was uiteraard ten hemel schreiend wat er met die familie Arets gebeurd is. Er waren uiteraard bij die terechtstelling heel veel toeschouwers, want dat moest in die tijd, heel Schaesberg werd opgetrommeld en ook de omgeving, want die moesten bij zo’n schrikbarende terechtstelling aanwezig zijn. Dat moest de mensen weerhouden om lastig te zijn voor zal ik maar zeggen het gezag. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat als je dat als toeschouwer meemaakt dat je maag omdraait bij wijze van spreken.
Wat was de reactie van de bevolking? Ja Jack, daar is best wel een reactie opgekomen. Dat was zelfs voor die tijd, voor dat publiek, ook ten hemel schreiend van wat daar gebeurd is en dat is waarschijnlijk de reden geweest waarom ze de volgende lichting ‘alleen maar’ aan de galg hebben opgeknoopt.
Deel: 04. Bokkenrijders ut Galgebeumke Landgraaf.
Deel 4: Het Galgebeumke Landgraaf in de 18e eeuw.
In het vroeg moderne Europa werden aan misdrijven schuldig bevonden personen veelal in het openbaar gestraft. Bij deze openbare terechtstellingen, ging het om een gebeuren waarin allerlei aspecten tegelijkertijd tot uitdrukking kwamen: morele, juridische, politieke,economische, religieuze, sociabele en esthetische. Bij zo’n gebeurtenis was een groot deel van de bevolking van een plaats of streek nauw betrokken.
De processen voor de schepenbank van de heerlijkheid Schaesberg vondenplaats op kasteel Schaesberg. Op de plaats waar nu het Galgenbeumke staat zijn de mensen terechtgesteld die schuldig waren bevonden lid te zijn van een bokkenrijdersbende. De meeste ter dood veroordeelde bokkenrijders werden gehangen. Het was toen de gebruikelijke straf voor rovers. Sommigen kregen tijdens de eerste strafprocessen bijzondere straffen opgelegd. Alvorens ter dood gebracht, moesten zij voorafgaand op het schavot allerlei pijnigingen en verminkingen ondergaan.
We staan hier bij het Galgebeumke, dat hebben ze zo genoemd vanwege het feit dat hier vroeger de galg van Schaesberg stond. De galg stondaltijd op de hoogste plaats in een dorp of in een stad zodat mensen die naar het dorp of naar de stad kwamen konden zien, oei, hier moet ik voorzichtig zijn, hier moet ik niet gek doen want anders hang ik straks ook aan de galg. Voor Kasper ter Konig, we hebben het al over hem gehad, Johan Muytersen Johan Dirckx betekende dat paalwurging en brand.
Het werd dus hierallemaal uitgevoerd, zodat de mensen het ook goed zagen. Voor MichielArets, Maria Arets en Johan Dirckx, onthoofding en radbraking. Servaas Arets werd onthoofd. We hebben het over bijna een hele familie.Peter Casper Muyters, Hendrik Potgens en Leonard Degens,werden aan de galg opgeknoopt. Blijkbaar waren die terechtstellingen zo gruwelijk dat er een reactie opkwam waardoor de volgende lichting op 21 oktober alleen maar aan de galg werd opgeknoopt.
Dat waren Alexander van den Hoff, Antoon Crijns, Renier Crijns, Herman Cornips, Antoon Haeselers en Willem Willems. Ja, we hebben bij het Slot daarover ook al verteld, Jo, dat dit een schouwspel was, je zei het ook, het had een afschrikwekkende werking,er moesten dus alle mensen komen, moesten, waren verplicht om naar dat schouwspel te komen kijken en dat betekende ook dat het bos dat je hier achter ons ziet, dat was er niet, in die tijd was hier geen begroeiing, ik heb nog zelfs foto’s gezien uit 1922 waarbij je deze berg ziet en waar je geen bos ziet. Dus dat was de reden om op deze plek de galg neer te zetten en hier ook al die gruwelijkheden te kunnen doen zodat iedereen dat heel goed kon zien.
En als je van Heerlen kwam richting Schaesberg dan kwam je de Moltweg op en dan zag je de galg en dat was al meteen voor jouw het teken, oei, oei, voorzichtig zijn in Schaesberg. Openbare strafvoltrekkingen vormden een sociaal drama waarin de veroordeelde, de scherprechter en zijn assistenten, zielenherders, ambtenaren, schutters, soldaten, muzikanten en de toeschouwers elk hun eigen rol hadden. Het omringende ceremonieel vertoonde theatrische kenmerken. Het schouwspel van de terechtstelling was bedoeld als een zinnespel voor de plaatselijke bevolking.
Die aarzelde ook niet haar oordeel kenbaar te maken over de verrichtingen van de voornaamste bij dit drama betrokken personen: te weten de veroordeelde en de scherprechter. Het tentoonstellen van de lichamen van de gehangenen, waarbij de lijken met ijzeren kettingen aan de galg werden geklonken om daar te blijven hangen tot ze geheel vergaan waren, is ook een voorbeeld van het theatrische element, een exempel.
Toen het ancien régime aan kracht begon te verliezen werden openbare executies langzamerhand vervangen door andere vormen van bestraffing, met name opsluiting. Theatrische kenmerken waren toen al goeddeels afgesleten maar omstreeks het midden van de 18e eeuw nog geenszins verdwenen.
Met dank aan Omroep Landgraaf.
