Peter Caspar ter Konig (1716), geboren in de heerlijkheid Schaesberg en op de 13e juli 1716 in de kerk van der Scheidt gedoopt, waarbij hij de namen Joannes Petrus Caspari ontving. Als schoenmakersgezel had hij enige tijd gewerkt bij Goerdt Gijsen te Waubach, bij Joannes van Limburg te Burtscheid en bij Willem, zoon van Joannes Pennarts naast de pastorie van Marienberg. Verder had hij vijf jaar gediend in het Pfaltser regiment infanterie van de prins van Birckenfelt, onder compagnie van den heer Helling. Deze troepen waren rond 1735 gelegerd te Düsseldorf, later te Gulik. Hij was in 1740 gedeserteerd en woonde sedert het einde van februari van dat jaar weer in de heerlijkheid Schaesberg. Tijdens de legering in Gulik zou hij volgend Gierlichs al kontakten met de bende hebben gehad en deelgenomen hebben aan diefstallen. Ook had hij veel kontakt met Nicolaes Peters het “Blockmenneken”.

Na de arrestatie van complicen uit de Groenstraat, waaronder het “Blockmenneken” werd de naam van Peter Caspar ter Konig enkele malen genoemd als deelnemer aan 7 inbraken. Genoeg voor schout Dortant om hem in hechtenis te nemen. Bij de eerste verhoren ontkende ter Konig alles, maar na confrontaties en tortuur legde hij een uitvoerige verklaring af. Uiteindelijk noemde hij 107 namen.

Op 7 september 1743 werden voor 10 complicen de doodvonnissen uitgesproken, waaronder voor Peter Caspar ter Konig: “met een overpekt kleed halfgewurgd en verbrand te worden”; het vonnis werd op 16 september 1743 uitgevoerd in de buurt van het zg. galgenboompje in Schaesberg.

 

kasteel schaesberg

 

De complicen uit Schaesberg werden berecht op het gelijknamige kasteel; nu een ruïne.

Peter Caspar ter Konig wordt,door sommige auteurs ( oa Blok en Gierlichs) beschouwd als auteur van het Bokkenrijderslied uit 1743. Door anderen (oa. Augustus) wordt de auteur in gerechtskringen gezocht. Harrie Mulders heeft aangetoond dat de schrijver van het handschrift dat in het Rijksarchief in Maastricht aanwezig is, een landmeter uit de betreffende tijd zou zijn.

Bronnen:

    • -          De geschiedenis der bokkerijders in ’t voormalige land van ’s Hertogenrade (1939, reprint 1972), door dr W Gierlichs
    • -          De Bokkerijders (1991), door Anton Blok
    • -          Is Peter Caspar ter Konig de schrijver van het Nederlandse Bokkenrijderslied? (’t Bokske 2), door Harrie Mulders.