Wie was Geerlingh Daniëls, naamgever aan de wandeling van Sweikhuizen naar Puth

 

Geerling Daniels (1696) , geboren te Schinnen, woonde in Wolfhagen. Was gehuwd en vader van 8 of 9 kinderen, waarvan twee bij zijn huwelijk met Anna Winckens, een zuster van Anton Winckens, werden erkend. Hij was dagloner en schoenlapper van professie.

112 de Lijsterhof 03

Ongeveer op deze plaats in Wolfhagen heeft het huis van Geerlingh Daniels gestaan. Het huis is bij vonnis afgebroken

 

Speelde al een rol in de eerste bende. Zou samen met Mathijs Ponts en Willem de Gavarelle in 1736 of 1737 de eed hebben afgenomen op de Heksenberg. Geerling Daniëls zou hierbij een dode hand hebben vastgebonden waarin een kaars brandde. Vluchtte tijdens de vervolgingsperiode van 1743 naar zijn zoon in Gulpen.

Zou samen met Willem de Gavarelle de leider zijn van de inbraken bij de zusters   Gadé in Geleen en bij Henri Petri in het straatje te Puth in 1750 en 1751. Op basis van de bekentenissen van Anton Hamers en Wijn Wijnen werd door het gerecht, onder leiding van schout Frans Joseph de Limpens van Schinnen besloten tot aanhouding, maar ook nu weer was hij gevlucht naar Gulpen. Deze keer volgde een verzoek tot uitlevering en op 21 januari werd hij in het huis van zijn zoon in Gulpen gearresteerd. Daniëls verzette zich hevig, verwondde twee gerechtsdienaren en daarna zichzelf.

Bij de verhoren deelde hij mede geen complicen te zullen noemen en geen zaligheid te willen. Hij overleed in detentie aan zijn bij de arrestatie opgelopen verwondingen op 28 januari 1751.

Werd op 31 januari door de vilder van Aken aan een been aan de galg gehangen conform het vonnis van 30 januari.

  • Bronnen:
    • -          De Bokkenrijders met de Doode Hand (1924, reprint 1985), door Henry Pijls
    • -          De Bokkerijders (1991), door Anton Blok