Wie was Joseph Kerkhoffs, naamgever aan de wandeling in Herzogenrath?

 

Henricus Joseph Kerkhoffs (ca 1720), roepnaam Joseph; ‘s Hertogenrade. Uit welgestelde familie: zijn oom Franciscus Conradus was bijvoorbeeld chirurgijn in Schinnen. Henricus Joseph was de jongste van 6 kinderen.

Joseph was onderofficier en later heelmeester (Feldscherer = barbier en heelmeester of chirurgijn) in het Oostenrijkse leger. In 1752 solliciteert hij naar de vacature van chirurgijn in ’s Hertogenrade. Bij de abt van Kloosterade (Rolduc), die voorzitter was van de Staten van ’s Hertogenrade (primas van de landsstenden). De abt Goswin Fabritius was familie van de schout van Schinnen uit de periode 1745.

Volgens de literatuur zou Joseph Kerkhoffs of Kirchhoffs vrij snel na zijn terugkeer in ’s Hertogenrade al betrokken zijn geweest bij de overvallen. Verklaringen van gesellen spreken in ieder geval bij de overvallen in 1760 – 1762 van de aanwezigheid van de kapitein “hoog te paard gezeten”.

Na de arrestatie van de jeugdige Joseph Keyser uit Ubach begonnen de arrestaties elkaar op te volgen, steeds vaker werd de naam van Joseph Kerkhoffs genoemd. Uiteindelijk werd hij op 14 augustus 1771 gearresteerd, nadat hij de ochtendmis had gevolgd. Bij het verhoor en de confrontaties bleef Kerkhoffs kalm en ontkende alle beschuldigen. Ondanks alle verklaringen over zijn achtenswaardigheid en goede trouw werd hij in oktober 1771 op de tortuur gebracht. Ook onder de zwaarste vormen volgde geen bekentenis. Gezien de lichamelijke toestand werd de tortuur enige tijd onderbroken. In november volgde een nieuwe ronde. Ook dit leidde niet tot een bekentenis.

De Burcht Rode R Hamers  02

Burg Rode, Hier werden vermeende bokkenrijders, dus ook Joseph Kerkhoffs opgesloten en getortureerd

 

In de eerste helft van mei 1772 werd er over het lot van Joseph Kerkhoffs beslist; er waren steeds meer beschuldigingen. Het gerecht stelde een uitvoerige acte van beschuldiging op gebaseerd op de verklaringen: conclusie doodvonnis: ophangen , voorafgegaan door een complete tortuur ronde, inclusief het zogenaamde folter paardje. Ook nu geen bekentenis.

Het doodvonnis werd op 11 mei voltrokken op de Beckenberg

Volgens Sleinada zei Joseph Kerkhoffs tijdens laatste verhoor: “”Myne Heeren, hebt gy nu voldoening genoeg. Anders neemt my en kapt my van lid tot lid en werp my zo op het vuur, zoo zult ge zoo weynig van my weten, als ge tot nu toe vernomen hebt”.

Volgens Gierlichs, in navolging van Sleinada is met de dood van Kerkhoffs het geheim van zijn persoon en de bende in het graf verdwenen. “Want zij die iets wisten hebben standvastig gezwegen en zijn, zonder iets te verraden de dood ingegaan”.

Joseph Kerkhoffs was getrouwd met Anna Elisaberth Mans. Zij hadden 6 kinderen, in 1772 in de leeftijd van nul tot twaalf jaar. De moeder bleef in ‘s Hertogenrade wonen, waar zij op 3 juli 1793 overleed, voorzien van de heilige sacramenten.

Bronnen:

    • -          De Bokkerijders (1991), door Anton Blok
    • -          De geschiedenis van de bokkerijders in het voormalige land van ’s Hertogenrode (1939, reprint 1972) door dr. W Gierlichs
    • -          Oorsprong, oorzaeke, bewys en ontdekkinge van een godlooze Bezwoorne Bende Nagtdieven en Knevelaers… (1779), door SJP Sleinada ( = pastoor A Daniëls)
    • -          De chirurgijn Jozef Kirchhoffs en zijn familie (Land van Herle , 1986) , door L Augustus en G Ramaekers