Anthoon Bosch, de Glaeser uit de Heek. Herbergier en glazenmaker, wonend in de Heek (tussen Valkenburg en Klimmen). Was gehuwd en had vier dochters; zijn jongste dochter Geertruid heeft op aandringen van haar vader in “manskleren” deelgenomen aan twee inbraken in 1760 /61: de overval bij Frisschen in Aerensgenhout en die bij de heremieten van Schin op Geul (in de Kluis). Volgens uitspraken van complicen zou Anthoon Bosch naast Joseph Kerkhoffs de belangrijkste leider zijn geweest en het voortouw hebben genomen bij vooral de inbraken in de periode 1755 (Ten Esschen) tot 1762 ( zoals bijvoorbeeld de overval op de hoeve Frisschen in Aerensgenhout). Ook trad hij op als werver voor het Staats Valkenburg, waarbij onder andere hij “ vele van zijn naburen verleidde en vervoerde, door handgeld of vrij teren en smullen te geven en daarna dezelven door het afleggen van de bij hun bende gewoonlijke gruwel-eed in de benden te incorporeren”

Op de plaats woonde Antoon Bosch in de Heek

Heek 43 02

Anthoon Bosch vluchtte in de herfst van 1774 en werd in februari 1775 bij verstek verbannen.

In de vele getuigenissen van zijn dochter Geertruid komt de relatie van Anthoon Bosch met Joseph Kerkhoffs aan de orde en is er sprake van het bezoek van een mysterieuze heer uit Luik: redelijk lang, wel gezet van postuur, draagt hoed en pruik , spreekt Frans en Hoogduits. Hij zou de chef van de bende zijn!

Geertruid wordt vele malen verhoord, zowel met als zonder tortuur, noemt ca 50 namen van mede complicen, verteld over de rol van haar vader en andere leiders. Uiteindelijk legt zij op 2 november 1775 een vrijwillige bekentenis af. Op 8 augustus 1777 (!) wordt het vonnis geveld: geseling en verbannen, uitgevoerd op 13 augustus 1777 op de Lommelenberg

Bron:       De Bokkerijders (1991), door Anton Blok