Naamgevers van de wandelingen in en naar Wijnandsrade.

In de Brackener Gats, officieel de Menstraat, in Hellebroek stonden twee eenvoudige huisjes tegen elkaar. Hier woonden Nol Coenen en Steven Drummen. De Brackener Gats liep – en loopt nog – langs de Laarhoeve, door het Geleenbeek dal naar het Hoensbroekse (ter)Schuren.

Steven Drummen is schoenlapper van beroep, maar dat levert bijna niets op, daarom werkt hij als knecht op de grote boerderij van Peter Horstmans, schepen en hereboer in Hoensbroek. Hier ontmoet hij onder andere Christiaan Reumkens en Leonard Janssen, zijn latere complicen.

Hij is in Wijnandsrade getrouwd met Gertrud van Fell, die 10 jaar ouder is. In 1720 verhuizen zij naar de Menstraat; waar 3 van hun 4 kinderen worden geboren. Zij hebben 2 zoons en 2 dochters. Omdat hij in de Brackener Gats woont, wordt hij ook Bracken Steven genoemd.

Brakkendergats compr

Brakkendergats

 

Nol Coenen is zijn buurman; zoon van Frans Coenen, en daarom ook Frenskens Nol genoemd. Hij is niet getrouwd. Hij werkte als knecht op een van de grote boerderijen in Hellebroek

In 1735 wordt de kerk van Nuth overvallen. De buit is groot en via hun kontakten in Hoensbroek sluiten Bracken Steven en Frenskens Nol zich bij de bende aan. Beiden zijn actief bij kerkdiefstallen in Amstenrade, Oirsbeek en Brunssum; bij de diefstal van boter bij Mathijs Hautvast in Grijzegrubben en vlees bij Peter Corten in de Ping-Hellebroek. Ook zouden zij hebben deelgenomen aan enkele overvallen in de loop van 1742; waarbij ook complicen uit het land van Rode zouden deelnemen.

Daar gaat het mis. Na herhaalde overvallen op dezelfde hoeve in Bardenberg, worden de broers Peter en Joannes Douven gearresteerd en opgehangen. Hun neef Peter Douven vlucht , maar wordt in Kerkrade bij terugkomst gearresteerd en onder tortuur verhoord. Hij bekent uiteindelijk lid te zijn van de bende en noemt veel namen. Ook Mathijs Ponts ( de oude afdoender) uit Hoensbroek wordt genoemd. Op tortuur in kasteel Hoensbroek noemt deze op zijn beurt onder andere Steven Drummen en Nol Coenen als complicen. Het is dan april 1743.

Beiden gaan uit voorzorg in Nuth bij Kerk en Kerkhof wonen, vanwege vermeend asylrecht. Het mocht niet helpen.

Arrestatie en verhoor.

Op 17 oktober 1743 geeft Schout Corneli van de heerlijkheid Nuth aan de extra ordinaire schepenvergadering te kennen dat hij “in verseckeringe “heeft laten nemen Steven Drummen, vulgo Bracke Steven en Noll Coenen (Frenskens Noll) op basis van “de informatiens ende confessiens van veele complicen gecompereerd te hebben van verschijden huijsbraecken,knevelarijen ende diefstallen nu eenighe jaeren herweges”.

Zij zullen gevangen worden gehouden in “strikte ciminele detentie”. De schepenen gaan accoord met deze actie van de schout. Ook bevestigen zij het verzoek tot openbare verkoop van de goederen van beiden.

Steven Drummen en Noll Coenen worden op kasteel Reymersbeek gevangen gehouden en verhoord. Bij de eerste verhoren worden alle beschuldigingen ontkend, waarna de schepenbank besluit tot confrontatie met andere complicen,te weten Joannes Catsberg “ de zoon “ in kasteel Terborg te Schinnen en met Leonard Janssen in kasteel Amstenrade. Deze confrontaties met elk der beschuldigden uit Nuth leveren niets op. Daarop besluit men tot ondervraging onder “behoorlijke tortuur”.

Op 21 november wordt Bracke Steven voorgeleid voor de scherpere examinatie in aanwezigheid van de schepenen Hautvast, Goressen, Coenen en Horstmans. De beul toont hem de duimschroeven en de spaanse stevel.

Daarop reageert Steven als volgt:

“.. dat hij niet gesint en was van sigh over het minste te willen laeten pijnigen maer willigh was alle feijten die hij die daegen sijns levens gedaen hadde en hem mochten gedachtigh worden te bekennen, gelijck ook alle sijne complicen aen geperpetreerde diefstallen te ontdecken, ende met alle omstaendigheden te verclaeren”

In twee zittingen bekent Steven Drummen zijn deelname aan 5 kerkdiefstallen, de mislukte overval op de pastorie van Nuth ( de pastoor en de meid begonnen om hulp te schreeuwen), overvallen in Marienberg en Lichtenberg en de boterdiefstal in Grijzegrubben. Ook bekende hij dat hij voor 12 jaren geslapen heeft in de schaapsstal van Wolter Limpens tot Aalbeek en daar “… onbetaemelijcke vleeselicke omganck geplegt hadde met een moeder schaep”  

Bracke Steven noemt in totaal zo’n 15 namen van complicen die, in wisselende samenstelling, maar wel steeds onder leiding van de oude vilder Matthijs Ponts de inbraken gepleegd hadden. Zijn aandeel was in veel gevallen 5 tot 10 schilling

Bij de recolleteringhe op 23 november herhaalt Bracke Steven de bekentenissen.

Noll Coenen wordt op 22 november ter schepere examinatie voorgeleid, blijft na het tonen van de werktuigen ( de territie) ontkennen en wordt dan “gestelt ter behoorlijcke torture”, waarna hij zijn bekentenis aflegt. Kerkdiefstallen, de boterdiefstal in Grijzegrubben en bij de recollecteringhe ook de deelname aan de kerkdiefstal in Wijnandsrade.

Beiden worden in december 1743 tot de galg veroordeeld.

Afloop.

Op 8 of 9 juni sterft Noll Coenen plotseling en op advies van de juristen Poswick en den Tiege van Limbourg wordt zijn lijk naar de galg in Kathagen gesleept en aldaar begraven. En zo is geschied.

Beide juristen adviseren, om niet te traceren redenen, om Bracke Steven te wurgen en zijn lijk te verbranden. Dit advies wordt door de schepenen bekrachtigd op 12 juni en op 16 juni uitgevoerd.

Zo komt het dus dat op 16 juni 1744 heel Nuth naar het galgenveld trekt. Voorop schout Carel Caspar Jos. Corneli met de rode, doornen justitieroede, omringd door de schepenen. De schutterij beschermt de kar van de veroordeelde tegen de nieuwsgierige massa. Aangekomen bij de galg zijn zelfs de kinderen doodstil. Pastoor Wolters spreekt het laatste woord, maar Bracke Steven hoort het niet. Hij ziet alleen zijn vrouw en kinderen. De beul wurgt hem aan een paal en verbrandt zijn lijk op de brandstapel. Als de zwarte wolken rood worden van de ondergaande zon keren de Nuthers terug naar huis en haard. Zij hebben een medeburger terechtgesteld en hun bezit is weer veilig”.

De huisjes in de Menstraat worden verkocht. De oudste dochter van Bracke Steven, Judith Drummen koopt hun huis, Christiaen Nuchelmans staat borg. Bij de volkstelling in 1796 door de nieuwe Franse overheid woonden de beide dochters van Steven Drummen nog in de Menstraat en worden als armlastig beschouwd.

Bronnen.

Miel Bruls: Mensen van Nuth

Anton Blok: de Bokkerijders (1991)

H Pijls: de Bokkenrijders met de doode hand (1924, reprint 1985)

W Mengels: Kroniek Opcanne, Publications 24, p. 167 – 297

Dossiers Steven Drummen en Nol Coenen, LvO 1726 ( 01.075 RHC Maastricht)

L Neervoort: Bokkenrijders in Nuth (’t Bokske 14)